CHIS: Transport Modellering
& (Bio)Analytische Scheiding
Ontwikkeling van nieuwe Nanotechnieken voor de snelle Scheiding
en Karakterisatie van Bio-moleculen.
De onderzoeksactiviteiten van de Transport Modelling & (Bio)Analytical Separation
Science-groep binnen de CHIS-vakgroep zijn alle gericht op de verkenning
van de mogelijkheden om nieuwe materiaaltechnologieën zoals fotolithografisch
etsen, nanotechnologie, zelf-assemblage, enz… aan te wenden om betere en snellere
(bio-)analytische methodes en instrumenten te ontwikkelen.
Alle initiatieven binnen de groep hebben telkens ook een belangrijke theoretische
component, omdat elk nieuw project voorafgegaan en ondersteund wordt door een
doorgedreven analyse van de onderliggende stromings- en massaoverdrachtsfenomenen.
Voor deze theoretische component gebruikt de groep alle traditionele modellerings- en
dimensieloze getallen analyse-technieken uit de chemische ingenieurstechniek, alsook
een sterk bemande en goed uitgeruste Computational Fluid Dynamics-faciliteit die
toelaat de heersende stromings- en massaoverdrachtsprocessen te visualiseren op de
meest kleine schaal en in de meeste complexe geometrieën.
Momenteel wordt op drie analytische toepassingen gefocust: de DNA-microarray-screening,
de nano-kanaalvloeistofchromatografie voor de scheiding van biologische mengsels
(zogenaamde shear-driven flow chromatografie), en de drukgedreven chromatografie
doorheen geordende arrays van micro-pillaren voor toepassingen in de proteomics
en de milieutechnologie.
Homepage
van CHIS
Terug naar boven
CMIM : Cellulaire en Moleculaire
Immunologie
Immunobiologie van de gastheer-parasiet en de gastheer-tumor Interacties / Kameel
Antilichaam Technologie
De onderzoeksgroep Cellulaire en Moleculaire Immunologie wordt
geleid door Dr. Patrick De Baetselier en Dr. Serge Muyldermans.
Het onderzoek richt zich hoofdzakelijk op de studie van cellulaire
en moleculaire aspecten van het immuun antwoord en hieraan gekoppeld
de ontwikkeling van (immunologische) therapieën tegen belangrijke
ziekten, waaronder infectieuze ziekten, astma en kanker. Verschillende
interactieve subgroepen zijn dan ook actief :
- De "Macrofaag" groep : behoort tot de pioniers die
zich richten op de moleculaire karakterisatie (Dr. geert
Raes) en immunoregulatorische functies van klassiek en alternatief
geactiveerde macrofagen in Trypanosoma infecties (Dr.
Alain Beschin) en kanker (Dr.
Jo Van Ginderachter).
- De "Vergelijkende immunologie" groep (Dr. Alain Beschin ) richt zich op de vergelijkende
studie tussen vertebraat- en invertebraat-verdedigingsmechanismen
met als doel nieuwe immune functies te identificeren.
- De "(Immuno)parasitologie" groep (Prof. Dr. Stefan Magez) bestudeert Afrikaanse
Trypanosomose-geassocieerde immunopathologie (die o.a. leidt
tot slaapziekte) en de mechanismen betrokken in de controle
van de parasiet, met als uiteindelijk doel de ontwikkeling van
nieuwe strategieën voor de behandeling van deze ziekte.
- De "Toegepaste immunologie" groep (Dr. Hilde Revets) focust op de ontwikkeling
van vaccins en therapieën voor ziekten zoals leishmaniase,
tuberculose en asthma, steunend op de immunostimulatorische
en immunoregulatorische eigenschappen van het lipoproteïne
OprI.
- De "Kameel antilichaam" groep (Prof. Dr. Serge Muyldermans) heeft internationale
faam voor de studie van de ontogenie, structuur-functie relatie
en diagnostische/therapeutische toepasbaarheid (o.a. in Trypanosoma
infecties en kanker) van deze unieke antilichamen.
Deze onderzoeksgroep maakt deel uit van het "Vlaams Instituut voor Biotechnologie":
VIB6
Terug naar boven
IMDO: Industriële Microbiologie en Voedingsbiotechnologie
Industriële Microbiologie en Voedingsbiotechnologie
Binnen de onderzoeksgroep Industriële Microbiologie en Voedingsbiotechnologie (IMDO),
ligt de nadruk op de studie van de fysiologische aspecten en de kinetiek
van groei en productvorming bij melkzuurbacteriën (Lactococcus, Lactobacillus,
Leuconostoc, Weissella, Pediococcus, Enterococcus en Streptococcus).
Eerder onderzoek richtte zich voornamelijk op de karakterisatie, de fysiologie en
de controle - zowel procestechnologisch, nutritioneel, als wat fysische omgevingsfactoren
betreft - van fermentaties in levensmiddelen: bacteriocineproductie in kaasfermentaties
(bestrijding van Clostridium en Listeria), productie van gefermenteerde
worsten (bestrijding van Listeria) en zuurdesems (verhoging competitiviteit van
lactobacillen) enerzijds en exopolysacharideproductie in melkfermentaties
(voor yoghurt- en kaasproductie) anderzijds. De kinetische data die in deze studies
werden verzameld, werden gebruikt om mathematische modellen te ontwikkelen die toelaten
de bestudeerde fermentaties zowel te simuleren als te controleren en nieuwe, functionele
starterculturen te ontwikkelen. Op dezelfde wijze wordt momenteel de efficiëntie van de
antimicrobiële werking van probiotica tegen gastro-intestinale pathogenen
(Helicobacter pylori en Salmonella enterica serovar Typhimurium) bestudeerd.
Recent worden binnen de onderzoeksgroep studies uitgevoerd met betrekking tot
de biodiversiteit, de populatiedynamica en de metabolomica van complexe microbiële
ecosystemen (melkzuurbacteriën, azijnzuurbacteriën en gisten), zoals op traditionele
wijze gefermenteerde levensmiddelen (melkproducten, gefermenteerde groenten, zuurdesems,
cacao), gemodificeerde-atmosfeer-verpakte kookham en het menselijk colon (voornamelijk
gericht op prebiotica). Wat dit laatste betreft wordt de functionaliteit van probiotica
en prebiotica (productie van antimicrobiële verbindingen, toepassing van metabolieten
zoals boterzuur en p-cresol als biomerkers, bifidogeen en butyrogeen effect, cross-feeding
tussen oligofructose-degraderende lactobacillen en bifidobacteriën enerzijds en
lactaat/acetaat-converterende boterzuurbacteriën zoals Anaerostipes caccae en
Roseburia intestinalis anderzijds) in het colonecosysteem nagegaan.
Homepage
van IMDO
Terug naar boven
MBFA: Moleculaire en Biochemische Farmacologie
Studie van de moleculaire farmacologie van angiotensine receptoren en hun signaaltransductie
Het Laboratorium voor Moleculaire en Biochemische Farmacologie
heeft een ruime ervaring wat betreft de studie van de cellulaire
aangrijpingspunten van onze hormonen, neurotransmitters en afgeleide
geneesmiddelen. In tegenstelling tot de traditionele fysiologische
aanpak worden deze "receptoren" door in vitro experimenten
gekarakteriseerd in intacte cellen en gezuiverde membranen. Hiervoor
beschikt het laboratorium over een brede waaier van radioliganbinding
technieken en functionele testen. Potentiële therapeutische
toepassingen krijgen er bijzondere aandacht. De nadruk wordt dan
ook gelegd op de karakterisering van nieuwe receptor subtypes
en natuurlijke stoffen die op receptoren of hun boodschappers
inwerken.
Voor het ogenblik richten we onze aandacht op de receptoren voor het
peptide hormoon angiotensine II. Dit hormoon en zijn receptoren zijn
betrokken bij de regulatie van de bloeddruk, volume homeostasis en
vasculaire celgroei. Ontregeling van dit hormonale systeem leidt
tot hypertensie, hetgeen kan tegengegaan worden door behandeling
met niet-peptide angiotensin II receptor-antagonisten. In cellijnen
die humane angiotensin II receptoren tot uitdrukking brengen, bestuderen
we de receptor-ligand interactie van deze potentiëel zeer belangrijke
therapeutische verbindingen.
In een tweede onderzoeksproject bestuderen we het werkingsmechanisme
van angiotensine IV, een biologisch relevant peptidefragment van
angiotensine II. Het angiotensine IV wekt momenteel veel interesse
op omdat het de effecten van angiotensin II tegenwerkt en vooral omdat
het, na toediening in de hersenen van proefdieren leidt tot verbeterde
leer- en geheugenprocessen. Momenteel onderzoeken we de identiteit en
eigenschappen van de moleculaire aangrijpingspunten van het angiotensine IV.
Terug naar boven
MICR: Microbiologie en Genetica
Moleculaire fysiologie, regulatorische mechanismen en metabolische
controle in microben
Microben zijn de enige organismen die in de drie domeinen van
de "tree of life" - Bacteria, Eukarya
en Archaea - vertegenwoordigd zijn. De onderzoeksgroep Erfelijkheidsleer
en Microbiologie, onder leiding van Prof. Dr. Daniël Charlier
bestudeert moleculaire fysiologie en meer bepaald
de controle van het metabolisme in modelmicro-organismen
die tot de Bacteria en de Archaea behoren.
Deze studies gaan van de gedetailleerde analyse van de regulatie van genexpressie
en enzymatische reacties tot de wiskundige modellering van metabolische wegen.
Door de analyse van micro-organismen uit die twee domeinen krijgt het onderzoek
van MICR bovendien een belangrijke evolutieve dimensie. Veel van de
bestudeerde organismen zijn ook extremofielen die leven bij lage
(psychrofielen) of extreem hoge temperatuur (hyperthermofielen) hetgeen
de bijkomende dimensie van de adaptatie van enzymatische en regulatorische
mechanismen aan extreme omstandigheden koppelt aan studies over evolutie.
Moleculaire mechanismen van genregulatie worden bestudeerd bij
diverse bacteriën en archaea. Dergelijke vitale cellulaire mechanismen berusten
op proteïne-ligand, proteïne-DNA en proteïne-proteïne interacties
die wij trachten te ontrafelen en tot op atomaire schaal wensen te bepalen.
Zowel specifieke (arginine en pyrimidine metabolisme) als globale regulatiemechanismen
worden bestudeerd. De aanpak is multidisciplinair en bevat in vivo, in vitro
en in silico luiken die nauw verweven zijn. Fysiologie, genetica,
moleculaire biologie, fysico-chemie en structuuranalyse worden gebundeld
in geïntegreerde en convergente studies.
Regulatie van enzymactiviteit door liganden wordt bestudeerd op sleutelenzymen
van de arginine en de pyrimidinebiosynthese. Hierdoor worden de mechanismen
van interacties tussen sites in proteïnen (de basis van verschijnselen zoals
allosterie en co-operativiteit) ontrafeld. Aan de hand van in vitro
en in silico analyse worden ook de moleculaire strategiën voor
thermostabiliteit van enzymen van carbamylfosfaat metabolisme in hyperthermofielen
geanalyseerd.
Naast deze gedetailleerde studie van specifieke regulatorische mechanismen
wordt ook een meer globale aanpak gevolgd. De controle van cellulaire
metabolische flux in de argininebiosynthese in Escherichia coli
wordt bestudeerd door experimentele manipulatie en mathematische modellering
met als doel de hiërarchie van de verschillende regulatiemechanismen
in de globale controlestrategie van het cellulair metabolisme te verstaan.
Voor meer informatie contacteer
D. Charlier.
Terug naar boven
MINT: Microbiële Interacties
Fluorescent Pseudomonaden: Veelzijdige bacteriën met belangrijke toepassingen
in de geneeskunde en in de landbouw
Fluorescente pseudomonaden
(rRNA groep I) zijn alomtegenwoordige en metabolisch
veelzijdige Gram-negatieve bacteriën met een duidelijke medisch en biotechnologisch
belang. Veel Pseudomonas soorten zijn gekend voor hun capaciteit om veeleisende
xenobiotica af te breken en het genoom van een tweede Pseudomonas soort, P. putida,
werd recent vervolledigd. Gedurende de laatste jaren vervaagde het verschil
tussen menselijke en plant ziekteverwekkers Er werd aangetoond dat P. aeruginosa,
een welgekend en gevreesd menselijk pathogeen, zowel planten, insecten en
nematoden kan infecteren en dat dit gebeurt met dezelfde virulentiefactoren.
Wegens zijn intrinsieke resistentie wordt veel onderzoek verricht naar een
nieuwe klasse van doelwitten voor antimicrobiële middelen. Eén benadering
is om manieren te vinden om te interfereren met het ijzeropname systeem van
P. aeruginosa. Zoals andere fluorescente pseudomonaden produceert P. aeruginosa,
onder condities van ijzertekort, een fluorescente siderofoor, genaamd pyoverdine.
Pyoverdine is een belangrijke kolonisatie- en virulentiefactor wegens zijn
grote oplosbaarheid en affiniteit voor ijzer(III).
Ons werk heeft bijgedragen
tot het verkrijgen van een beter inzicht in de pyoverdine synthese, vooral
in de biosynthese van het chromofoorgedeelte waar we de rol van een nieuw
niet-ribosomaal peptide synthetase, PvdL (Figuur) ophelderden. We werken ook op
pyoverdine receptoren in P. aeruginosa, als ook op de receptoren van andere
sideroforen in verschillende pseudomonaden. Ons werk op sideroforen van
fluorescente pseudomonaden wordt internationaal erkend aangezien ons gevraagd
werd om een review te schrijven over dit onderwerp. In deze review benadrukken
we het belang van andere sideroforen naast pyoverdine, die ook belangrijke
eigenschappen hebben zoals antibiotica resistentie of die als signaalmoleculen dienen.
Een ander onderzoek in het laboratorium bestaande uit de studie van resistentie
van P. aeruginosa tegen het antimicrobieel metaal vanadium heeft geleid tot de
onverwachte ontdekking van een nieuwe gencluster die codeert voor de verschillende
componenten van een efflux pomp. Deze pomp speelt een centrale rol in het quorum sensing
circuit van P. aeruginosa (productie van signaalmoleculen die de productie van
virulentiefactoren en de vorming van biofilmen reguleren).
Deze onderzoeksgroep maakt deel uit van het "Vlaams Instituut voor Biotechnologie":
VIB6
Terug naar boven
ORGC: Organische Chemie
Organoboron Compounds in de Organische Chemie.
In de onderzoeksgroep Organische Chemie wordt onder leiding van
Prof. dr. Kourosch Abbaspour Tehrani onderzoek verricht naar
de synthese van biologisch interessante moleculen. De voornaamste
activiteiten situeren zich op het vlak van de synthese van stikstofheterocyclische
verbindingen, nieuwe niet-proteïnogene aminozuren, Maillard reactieproducten
en suikeranaloga. De rode draad doorheen het onderzoek van deze
groep is het gebruik van een nieuwe organoboorzuur gemedieerde-Mannichreactie
in een eenvoudige één-potsreactie (milieuvriendelijkheid, industriële
toepasbaarheid).
Het onderzoek naar de synthese van 2-aza-antrachinonen,
3,5,8(2H)-isochinolinetrionen (cfr. de ultrapotente antitumor
saframycinen) kadert in de ontwikkeling van antibiotica tegen
Mycobacterium tuberculosis. Tuberculose blijft immers één van
de meest zorgwekkende ziekten, voornamelijk in de ontwikkelingslanden
(globaal sterftecijfer 3 miljoen/jaar). Naast de antimycobacteriële
activiteit worden in samenwerking met de onderzoeksgroep MINT
ook een aantal landbouwkundig belangrijke schadeverwekkende
schimmels gescreend.
Meerdere malen reeds hebben in de natuur voorkomende fysiologisch
actieve verbindingen gediend als leidraad naar meer actieve
synthetische analoga. Stikstof-heterocyclische verbindingen
hebben steeds een belangrijke rol gespeeld in de chemie van
het leven. Zo maken allerlei biochemische processen gebruik
van stikstofverbindingen en zijn vele secundaire metabolieten
van plantaardige, dierlijke of microbiële oorsprong van groot
belang door hun veelheid aan farmacologische eigenschappen.
Daarom is het van primordiaal belang om nieuwe synthesen te
ontwikkelen van azetidinen (polyoximezuur), pyrrolidinen en
piperidinen (pipecolinezuren), die vervolgens in een later stadium
kunnen getest worden op hun fysiologische activiteit (fungicide,
pesticide, etc…).
Ook de uiterst belangrijke klasse van de aromastoffen komt
in deze onderzoeksgroep aan bod. Nieuwe toetredingen tot pyrazinen,
2-acetyl-1-pyrroline (rijstaroma) en 6-acetyl-2,3,4,5-tetrahydropyridine
(broodaroma) die algemeen voorkomen in allerlei geroosterde,
gefermenteerde of rauwe levensmiddelen zoals gebrande koffie,
geroosterd vlees, paprika en aardappelen, worden in het bijzonder
onderzocht.
Homepage van ORGC: http://wefcol.vub.ac.be/orgc/
Terug naar boven
PLAN: Plantengenetica
Het verhogen van de variabiliteit bij het kweken van planten
In het Laboratorium Plantengenetica wordt fundamenteel plant
moleculair-genetisch onderzoek gekoppeld aan toegepast onderzoek
relevant voor de biotechnologische industrie en de landbouwsector.
Het onderzoek concentreert zich op de volgende thema's:
Studie van DNA herstel- en recombinatiemechanismen en methoden
om deze mechanismen te beïnvloeden. Dit kan leiden tot
het ontwikkelen van nieuwe technieken voor functionele analyse
van genen, verbeterde procedures voor genetische wijziging van
planten, en het creëeren van nieuwe bronnen van variatie
voor de plantenveredeling.
Studie van de biosynthesewegen van aminozuren en de regulatie
hiervan. De kennis hierover wordt toegepast in nieuwe strategieën
om het gehalte aan essentiële aminozuren in voedings- en
voedergewassen te verhogen. Voor de menselijke voeding is dit
in eerste instantie van belang voor populaties met een grotendeels
vegetarisch dieet; in de veehouderij kan dit leiden tot verminderde
milieuverontreiniging en tot voeders met minder additieven.
Studie van adaptatiemechanismen van planten ten opzichte van
droogte en zout-bevattende bodems, met als uiteindelijk doel
het creeëren van variëteiten met verhoogde weerstand
tegen deze stressfactoren.
Terwijl voor de fundamentele aspecten van dit onderzoek gebruik
gemaakt wordt van modelplanten zoals Arabidopsis thaliana,
Medicago truncatula en Nicotiana wordt voor de toepassingen
met belangrijke gewassen gewerkt, waaronder rijst, sorghum, aardappel,
erwt en "pigeonpea".
Terug naar boven
SPRO: Proteïnechemie
Interagerende biomoleculen bij metabolische controle en biocommunicatie
De onderzoeksgroep Scheikunde der Proteïnen wordt geleid door Prof. Dr. Sonia Beeckmans
en Prof. Dr. Edilbert Van Driessche. Het onderzoek binnen deze groep richt zich voornamelijk
op lectinen. Dit zijn suiker-bindende eiwitten die in alle levende
organismen voorkomen, en die tal van belangrijke fysiologische functies vervullen.
Plantlectinen, voornamelijk uit tropische flora, worden, in samenwerking
met laboratoria uit het zuiden, afgezonderd en fysico-chemisch gekarakteriseerd.
Zij worden tevens geanalyseerd naar hun fysiologische rol, en naar mogelijke
toepassingen in biochemisch en biomedisch onderzoek. Het uiteidelijk doel is
het vinden van plantlectinen met tot nog toe ongekende suiker-bindende specificiteit
waardoor de toepassings mogelijkheden van lectinen in analyse en bereiding van
glycoconjugaten kunnen uitgebreid worden.
Ook oppervlakte lectinen van bacteriën (Escherichia coli),
die spermagglutinatie veroorzaken bij varkens en daardoor de kwaliteit van het sperma
nadelig beïnvloeden, worden onderzocht. Deze lectinen worden gekarakteriseerd en hun verwantschap
met lectinen van pathogene E. coli van de darm en van het urogenitaal apparaat
wordt onderzocht.
Zeer recent worden ook lectinen gezuiverd en gekarakteriseerd uit diverse
weefsels van vissen, en wordt getracht hun functie(s) te ontrafelen.
Uit het serum van Pangasius bijvoorbeeld werden verschillende lectinen
geïsoleerd met diverse suiker-bindings specificiteit die pathogene bacteriën
herkennen en daardoor mogelijks een belangrijke functie kunnen vervullen in
het afweermechanisme.
Alle studies gebeuren in samenwerking met andere onderzoeksgroepen binnen
de Vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen en met laboratoria van de
“Can Tho University” (Vietnam), de Universidad Central “Marta Abreu” de las Villas (Cuba)
en de “University of Limpopo” (Zuid Afrika).
Terug naar boven
SWIT: Cellulaire processen gedirigeerd door conformationele switches in eiwitten
De onderzoeksgroep SWIT bestudeert belangrijke cellulaire processen waarvan het
verloop het gevolg is van conformationele veranderingen in eiwitstructuren.
Het meest esssentieel conformationeel proces is het vouwen van eiwitten tot hun
natieve driedimensionele conformatie. Het is algemeen aanvaard dat alle informatie
die de natieve conformatie van eiwitten bepaalt gecodeerd is in hun aminozuursequentie
(het zogenaamde Anfinsen postulaat). Het verloop van de vouwreactie is daarentegen
vaak zeer inefficiënt en gaat frequent gepaard met nevenreacties die aanleiding
geven tot misvouwde eiwitconformaties (eiwitaggregatie). Belangrijk hierbij is
dat misvouwde eiwitten dikwijls toxisch zijn. Zo zijn misvouwde eiwitten de oorzaak
van een aantal bekende neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer
en Parkinson of prionziektes zoals o.a. de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.
De conformatie van eiwitten dient dus strikt gecontroleerd te worden. Hiertoe beschikt
de cel over chaperone-eiwitten. Chaperones helpen misvouwreacties te vermijden
tijdens het vouwen van nieuwe eiwitten en dragen bij tot het elimineren van misvouwde eiwitten.
Ons onderzoek richt zich op volgende vragen:
Wat is de relatie tussen de structurele eigenschappen en de toxiciteit van eiwitaggregaten?
Wat is het cytotoxiciteitmechanisme van eiwitaggregaten ?
Hoe interfereren chaperones met het aggregatiemechanisme van eiwitten ?
Voor het bestuderen van deze vragen werken we met verschillende eiwitten
waaronder het alzheimer peptide en tau. Onze onderzoeksstrategie steunt op
een multi-disiplinaire aanpak. Eenerzijds ontwikkelen we bio-informatica
predictiealgoritmes voor eiwitstabiliteit en aggregatie. Anderzijds voeren
we in vitro biofysische studies uit van aggregatieprocessen en chaperone-interacties
zowel als in vivo aggregatiestudies in E.coli, gist en menselijke cellen.
Deze onderzoeksgroep maakt deel uit van het "Vlaams Instituut voor Biotechnologie":
SWITCH
Homepage van SWIT
Terug naar boven
ULTR: Ultrastruktuur
De struktuur-functie relatie bij Biomoleculen
De onderzoeksgroep Ultrastructuur wordt geleid door Prof. Dr.
Lode Wyns en Prof. Dr. ir. Jan Steyaert. Het onderzoek richt zich
tot de studie van de structuur-functie relatie van proteïnen.
De voornaamste activiteiten situeren zich in de X-straal diffractie,
de eiwit- en nucleïnezuur chemie en de protein engineering.
Het onderzoek
naar protein-suiker interacties illustreert hoe subtiele
verschillen in enkele loops de verschillen in suikerspecificiteit
bepalen tussen homologe lectines. Multidisiplinair werk op het
arsenaat reductase, een enzyme dat betrokken is bij de
detoxificate van verontreinigde bodems, toont hoe een reductase
evolutief kon ontstaan uit een fosfotyrosine fosfatase. Het protein
engineering programma legt zich toe op de principes van binding
en katalyse en op rational drug design. Het antibody
programma onderzoekt de unieke eigenschappen van één-domein
antilichamen, afkomstig van kamelen. De ontdekking van deze eigenaardige
antilichamen heeft geleid tot een aantal fundamentele vragen en
tot een reeks industriële en farmaceutische toepassingen.
Deze onderzoeksgroep maakt deel uit van het "Vlaams Instituut voor Biotechnologie":
VIB6
Homepage van ULTR
Terug naar boven