De bio-ingenieur combineert de fundamentele kennis van biologische
systemen met ingenieurtechnische vaardigheden voor de productie,
de bewerking, de verwerking en het beheer van de levende materie.
In de bachelorjaren (de eerste drie jaren van je opleiding tot
bio-ingenieur) krijg je een veelzijdige wetenschappelijke en technische
vorming die de basis legt van de opleiding tot bio-ingenieur:
wiskunde, fysica, (moleculaire) biologie, (bio)chemie, economie,
informatica en ingenieurswetenschappen.
Alles wat in levende cellen gebeurt, is voor jou als toekomstig
bio-ingenieur belangrijk. Daarom leer je in het eerste jaar hoe
de verschillende levensvormen zijn opgebouwd en welke (bio)chemische
processen binnen de cel verlopen. De wiskundige en natuurkundige
vakken vormen de basis voor de technologische vaardigheden die
je tijdens je bacheloropleiding meekrijgt. Tijdens de oefeningen
en de practica werk je aan biotechnologische vraagstukken en leer
je omgaan met geavanceerde apparatuur.
Terug naar boven
Inhoud van de leerstof
Biologie
- Eigenschappen van levende Organismen
- Celfuncties en Evolutie tot Planten
- Evolutie en Stelsels van Dieren
Chemie
- Opbouw van de Materie
- Chemische Reacties en Kinetiek
- Eigenschappen van waterige Oplossingen
Wiskunde
- Meetkunde en lineaire Algebra
- Integraal- en Differentiaalrekening
- Grafische en numerieke Methoden: Matlab
Fysica
- Mechanica
- Electromagnetisme
- Golven en Transportverschijnselen
Geologie en Bodemkunde
Computervaardigheden en Programmeren
Terug naar boven
Programma 1ste Bachelor of Science Bio-ingenieurswetenschappen
Meer informatie over de vakken en de opleidingsfiches vind je
hier.
Terug naar boven
Eindtermen van de Bacheloropleiding
De Bacheloropleiding geeft een degelijke fundamentele basisopleiding
met focus op de (bio)chemie, de (moleculaire) biologie en de technologie
van de levende wereld. Tevens heeft de Bachelor een aantal kwantitatieve
en technische vaardigheden ontwikkeld. Van een Bachelor bio-ingenieur
wordt verwacht dat hij beschikt over een degelijke basiskennis
in de Wiskunde, de Chemie, de Fyscia en de Algemene Biologie.
De bachelor beschikt bovendien over een grondigere kennis van
de moleculaire biologie, de biochemie, de microbiologie en de
immunologie. Tenslotte heeft de bachelor-bioingenieur de basisvaardigheden
meegekregen van een ingenieur met betrekking tot informatica,
statistiek, modelbouw, economie, toegepaste chemie, voedingsleer,
milieutechnologie en ingenieurstechniek. Deze doelstellingen vertalen
zich in de volgende concrete eindtermen:
Basisvaardigheden
De studenten verwerven:
- Kennisopbouw in fundamentele wetenschappen.
- Inzicht in biologische processen.
- Inzicht in het functioneren van levende organismen.
- Kwantitatieve en technische vaardigheden.
- Kwantitatief en technisch inzicht in biologische processen.
- Conceptueel inzicht in wetenschappelijke/technologische materie.
- Toepassen van kwalitatieve en kwantitatieve kennis en inzicht.
- Elementaire wetenschappelijke communicatievaardigheden.
- Schriftelijk en mondeling rapporteringsvermogen.
Specifieke eindtermen voor de Bio-ingenieur:
De afgestudeerden:
- Hebben een grondige kennis van de fundamentele basiswetenschappen
Biologie, Chemie, Fysica en Wiskunde.
- Zijn gevormd in de moleculaire biologie, de biochemie, de
microbiologie en de immunologie.
- Begrijpen de resultaten en technieken van de Biotechnologie.
- Beschikken over de basisvaardigheden van een bio-ingenieur (informatica,
statistiek, modellering, economie, toegepaste chemie, voedingsleer,
milieutechnologie, ingenieurstechniek).
- Kennen de verschillende domeinen van de biotechnologie.
Terug naar boven